Grootheden begrijpen / Moment en periode
Een vermogensmoment is nog geen gemiddelde
Een getal dat nu op een scherm staat en het gemiddelde van een middag beantwoorden verschillende vragen. Een periode maakt zichtbaar hoe lang een bepaald vermogen meetelt.
Het begrip bij uw vraag
Wat vat gemiddeld vermogen samen?
Gemiddeld vermogen verdeelt de energie van een gekozen periode over de duur van die periode.
De grootheid en haar eenheid
De betekenis bij het symbool.
- PgemGemiddeld vermogen
- W
Het gemiddelde bij de gekozen tijdsduur.
- EPeriode-energie
- kWh
De som van de energie in de beschreven tijdsdelen.
Fictief uur met twee standen
De berekening volledig lezen.
(100 W × 0,5 h + 20 W × 0,5 h) ÷ 1 h = 60 W
Het gemiddelde hoeft geen afzonderlijke apparaatstand te zijn.
Het moment heeft een eigen plaats
Een actuele vermogenswaarde hoort bij een bepaald moment of bij de korte meetperiode van het betreffende apparaat. Bij een andere gebruiksstand kan die waarde anders zijn. De eenheid watt blijft dezelfde, maar de betekenis van het bijschrift verandert. NIST benadrukt dat een grootheid, een getalswaarde en een eenheid samen de informatie vormen; de tijdsbasis hoort hier bij de grootheid.
Een gemiddelde over een uur hoeft dus niet overeen te komen met het getal dat halverwege dat uur zichtbaar was. Een hoge waarde aan het begin kan later worden gevolgd door een lage waarde. Het gemiddelde vat die reeks samen. Het is geen belofte dat het apparaat elk ogenblik hetzelfde vraagt.
Bron bij deze uitleg:NIST — grootheden, eenheden en SIBIPM — SI Brochure, negende editie, versie 4.01
Verschillende tijdsdelen tellen verschillend mee
Neem een fictief verloop van een apparaat dat een halfuur 100 watt gebruikt en daarna een halfuur 20 watt. De eerste helft levert 0,05 kilowattuur op en de tweede helft 0,01 kilowattuur. Samen is dat 0,06 kilowattuur in één uur. Het gemiddelde over dat uur is daardoor 60 watt, hoewel geen van de twee aangenomen gebruiksstanden 60 watt bedroeg.
Verander nu alleen de duur: tien minuten 100 watt en vijftig minuten 20 watt. Het gemiddelde ligt dan dichter bij 20 watt. De getallen simpel optellen en door twee delen zou de duur negeren. Dit denkvoorbeeld verklaart tijdweging; het vertegenwoordigt geen werkelijk gemeten apparaat en bevat geen veronderstelde stand-bygrens.
Bron bij deze uitleg:BIPM — SI Brochure, negende editie, versie 4.01
Een gemiddelde helpt bij energie, een piek bij een andere vraag
De Europese Commissie onderscheidt bij apparatuur verschillende laagvermogenstanden. Daarmee wordt duidelijk waarom één wattgetal niet vanzelf alle momenten van gebruik beschrijft. Een apparaat dat op een netwerk blijft wachten vervult bijvoorbeeld een andere functie dan hetzelfde apparaat tijdens een actieve taak. De precieze standen blijven afhankelijk van het product.
Een gemiddelde kan een energieperiode begrijpelijk maken, terwijl een korte hoge waarde in dat gemiddelde nauwelijks zichtbaar is. Wie wil weten hoeveel energie een middag bevat, stelt daarom een andere vraag dan wie een maximaal opgegeven productvermogen leest. Verwissel die vragen niet. Een gemiddelde geeft geen bevestiging dat een voeding of binneninstallatie geschikt is voor elke afzonderlijke gebruiksstand.
Bron bij deze uitleg:Europese Commissie — verschillende laagvermogenstandenBIPM — SI Brochure, negende editie, versie 4.01
Vragen bij deze les
Kan de actuele waarde boven het gemiddelde liggen?
Ja. Een korte hogere waarde kan samengaan met een lager gemiddelde over een langere periode.
De herkomst van de uitleg
Bronnen & deze versie
Deze bronnen ondersteunen de algemene begripsuitleg. De toestand, technische geschiktheid en afspraken van uw eigen installatie worden afzonderlijk vastgesteld.
- NIST — grootheden, eenheden en SI ↗
- BIPM — SI Brochure, negende editie, versie 4.01 ↗
- Europese Commissie — verschillende laagvermogenstanden ↗
Samengesteld voor elektricien-rotterdam-kralingen.nl. Inhoudelijke versie: .
De redactionele werkwijze ↗